Shopping Cart
Your Cart is Empty
Quantity:
Subtotal
Taxes
Shipping
Total
There was an error with PayPalClick here to try again
CelebrateThank you for your business!You should be receiving an order confirmation from Paypal shortly.Exit Shopping Cart

Vrijmetselaarstaal 4                Thoth 2020 nr. 4 

KUNST EN KUNDE

Vertalen is een kunst en een kunde. Er zijn woorden die onvertaalbaar zijn, maar toch vertaald worden; uitdrukkingen die in de ene taal net iets anders zijn dan in de andere, waarvoor de vertaler het juiste equivalent moet vinden; en woorden die niet gekend of misverstaan worden en daardoor verkeerd geïnterpreteerd en verstaan. In alle drie de gevallen kunnen de gevolgen groot zijn.

Een van die onvertaalbare woorden is het oud-Griekse ‘καταλαβεν’, het slotwoord van Johannes 1:5. Het is een ‘aoristus’ [een tijdvorm, die wel in het Grieks en niet in het Nederlands voorkomt en gemakshalve gelijkgesteld wordt met een voltooid tegenwoordige tijd] van een werkwoord dat letterlijk grijpen, stevig beetpakken, smoren betekent en figuurlijk begrijpen, verstaan. De onvertaalbaarheid zorgt voor een verscheidenheid aan vertalingen in onze ritualen, afhankelijk van welke interpretatie de vormgever van het rituaal het beste past: heeft gegrepen, begrepen, niet overmocht, niet in haar macht gekregen. Ik zou kiezen voor: maar de duisternis vatte het niet.

Het Engels kent de uitdrukking ‘in the name of’, waarvan het Nederlandse equivalent ‘in naam van’ is. Het lidwoord handhaven heet een anglicisme. Al of niet bewust heeft het Rituaal 1928 van het GON voor dit anglicisme gekozen en daarmee onder haar vrijmetselaren de gedachte doen ontstaan dat de Meester niet namens de Opperbouwmeester handelt als hij de Loge opent en sluit en de kandidaat bevestigt als leerling, gezel of meester. Voor de Engelse vrijmetselaren doet de Meester dat wel!

Het Engelse ‘mason’ is in het Nederlands ‘steenhouwer’; ‘Freestone masons’ zijn ‘beeldhouwers’, vaklui die kunstzinnig het beeld dat in de steen zit uit de ruwe steen hakken. Door de metafoor van de tempelbouwers wordt ‘mason’ vertaald als ‘metselaar’ en verwordt ‘freestone’ (steen van zo een goede kwaliteit dat je er in alle richtingen ‘vrij’ op kunt houwen zonder dat hij klieft, zodat je er een beeld uit kunt houwen) tot 'vrije’; zo ontstaat de ‘vrijmetselaar’, die uit de Ruwe Steen, die hij is, de Kubieke Steen hakt, die in hem schuilgaat. Dat is Koninklijke Kunst, maar daarover later. Eerst was er maar één steen: ‘the perpend / squareashlar’, een rechthoekige langwerpige bouwsteen gehakt uit natuursteen. Al vrij snel werden dat door de bouwsymboliek en het drie-gradenstelsel twee Stenen: de ‘Rough Ashler for the Fellow-Craft to try their Jewels upon’ – nu onze ‘Kubieke Steen’, een symbolieke ‘bouw’-steen, waarmee in werkelijkheid geen bouwwerk valt te voltooien en waarvan de gezel het kubieke gehalte toetst met 24-delige maatstok en winkelhaak – en de ‘Broach’d Thurnel for the Enter’d ’Prentice to learn to work upon’, wat nu onze ‘RuweSteen’ is. Nog verre van een bouwsteen is een ‘Broach’d Thurnel’ een ruwe steen die met een ‘broach’, een smalle, spitse steenhouwersbeitel, in vorm gehouwen moet worden. 

Het Engelse ‘Art’ verenigt in zich ‘kunst’ en ‘kunde’. ‘Royal Art’ – afkomstig uit de Alchemie en door de vrijmetselarij overgenomen – vertalen met ‘Koninklijke Kunst’ doet geen recht aan de notie dat het in de vrijmetselarij meer gaat om de oefening [kunde] dan om wat de oefening baart [kunst]. Maar dat neemt niet weg dat de vertaalkunst met betrekking tot ‘Broach’d Thurnel’ [1733] maçonnieke nieuwigheden baart: een Nederlandse versie [1735?] maakt er een ‘spitse troffel’ van; de Duitse vertaler [1736] van de Nederlandse versie kent het woord troffel niet en maakt er een ‘spitziger Hammer’ van; de Franse vertaler [1738] van de Duitse versie komt – correct – uit op een ‘marteau pointu’, maar zijn opvolger die daar een afbeelding van moet maken op het tableau, interpreteert die als spitssteen. En ziet: daar wordt het Licht gegeven aan de Troffel en de Spitssteen. De eerste een zeer geliefd geworden Nederlands maçonniek metselaars werktuig (maar onbruikbaar voor een beeldhouwer); de tweede bij ons inmiddels weer op de achtergrond geraakt [omdat je er niet mee bouwen kunt?]. 

Met dank aan Broeder Jan Snoek, die zijn Troffel der Liefde hanteert door mij te wijzen op plekken waar mijn ‘spitse steenhouwersbeitel’nog werk heeft aan mijn ‘Ruwe bouwsteen’.    

0